- Gegevens
- Geschreven door: Jef
Nee, nog een dagje aan de kust zag ik echt niet zitten. En zo togen mijn broer, zus en hun gezinnen richting Saint-Tropez om zich te vergapen aan de luxe jachten en te liggen aan de azuurblauwe zee met hoge golven. Wim en ik hadden genoeg strand gezien en besloten het een dagje rustig aan te doen en de nabije omgeving te verkennen.
We reden als eerste naar een wijnchâteau om de nodige wijnvoorraad voor thuis aan te vullen. Een stoffig paadje bracht ons naar een eenzaam huis dat midden tussen de wijnranken stond. De klok werd meteen weer zo’n honderd jaar teruggezet. Een aardige mademoiselle, die overigens geen woord buiten de grens sprak, kwam ons tegemoet en bracht ons naar een klein keldertje dat was ingericht als “winkeltje”. Door de vele oorkondes en hoge prijzen kwamen we er meteen achter dat we een van de exclusieve châteaux uit de omgeving hadden aangedaan. Hier kocht je niet zomaar tig flessen zonder dat goed te voelen in je portemonnee. Met een paar flessen rode wijn en rosé, maar behoorlijk wat eurootjes minder, vertrokken we weer.
De rest van de dag brachten we door in Brignoles, een leuk middeleeuws stadje, zo’n zeventien kilometer van de plek waar we verbleven. De route die we bij de plaatselijke VVV hadden opgehaald, bracht ons langs smalle straatjes, pittoreske pleintjes en mooie kerken. De zon scheen vrolijk in het blauwe gewelf en een zwoel mistralwindje blies door onze haren terwijl we onze dagelijkse portie cultuur opsnoven.
Daarna reden we terug naar het huisje om een duik in het zwembad te nemen en vervolgens een lekkere maaltijd klaar te maken. Tijdens het eten kwam de rest terug. Saint-Tropez was megadruk, het strand stelde niet veel voor, de zee was niet zo blauw als gehoopt, ze waren in een file terechtgekomen en daarna bovendien ook nog eens verkeerd gereden. Oké, het uitzicht vanaf de hoge bergweg was mooi (oh mijn God, wat ben ik blij dat ik niet mee ben geweest), maar nu was men hongerig en moe.
Loom kijk ik toe hoe ze met z’n allen afduiken op de instant macaroni carbonara en neem met een glimlach om mijn mond nog een hapje van de heerlijke haricots verts, aardappelpuree en het malse schnitzeltje. Vive la France…
- Gegevens
- Geschreven door: Jef
Tijdens de horrorroute naar het strand waren we de vorige dag een paar bordjes tegengekomen met CAVE. Aangezien een bezichtiging van grotten ons wel wat leek, besloten we die kant op te gaan. Gelukkig stonden de bordjes met CAVE nog vóór de Enge Bergen, dus ik vond alles prima. Met negen man in twee auto’s gingen we op weg.
Al gauw kwam het eerste bordje in zicht. In eerste instantie leken de bordjes ons richting de bergen te leiden, maar al snel reden we richting boerenland. Grotten in zo’n landschap? Heel vreemd. Het werd nog vreemder toen we de CAVE mochten aanschouwen: een groot vierkant pakhuis. Pas op dat moment drong het tot mij door dat het hier niet ging om een Engelse cave, maar om een Franse cave — oftewel een wijnhuis. Daar sta je dan, stom te kijken met drie beteuterde kinderen.
Snel werden de plannen bijgesteld en veranderden we de route naar de redelijk grote kustplaats Hyères om wat cultuur op te snuiven en lekker te shoppen. Bij de plaatselijke VVV haalden we informatie op, waaronder een routebeschrijving door de oude binnenstad. Na een versnapering op een gezellig terrasje liepen we door de winkelstraat, klaar voor het grote winkelen — maar dat viel vies tegen. Ik was even vergeten dat men in dit warme klimaat in de middag een siësta houdt, dus bijna alle winkels waren tussen 12.00 en 15.30 uur gesloten.
Dan maar de toeristische route. Wim, onze cultuursnuiver, liep voorop en voerde ons met de kaart in de hand langs smalle straatjes die op een gegeven moment steil omhoog liepen. Tja, en dat soort dingen moet je nu eenmaal niet doen met onze familie die (ik moet oppassen wat ik zeg, want ze lezen ook mee) ehmmm… allesbehalve sportief is. Terwijl wij, inclusief mijzelf, hijgden, puffend voortschuifelden en klagelijk zuchtten, liep Wim dapper door.
Met zwabberende benen kwamen we boven. Als hongerige wolven doken we op een bankje af dat uitzicht bood over de stad. Toen Wim aangaf dat we ongeveer pas op de helft waren, wierpen we hem een aantal blikken toe die er niet om logen. Wim kon hoog en laag springen, maar ik ging echt niet verder omhoog — de rest van de familie trouwens ook niet. Wim zal inwendig wel gevloekt hebben dat hij op vakantie is gegaan met zo’n stelletje lamzakken.
De volgende dag had de groep genoeg cultuur gesnoven en werd de dag gespendeerd in de pretparken in Antibes. Een waterpretpark, midgetgolfbaan en waterdierentuin lagen vlak naast elkaar. Eenmaal bij de kassa was het even slikken: Aqualand kostte 21 euro per persoon, Marineland zelfs 26, en het midgetgolfen 14 euro.
Wim en ik kozen voor Aqualand en Marineland, de rest voor midgetgolfen en Aqualand. Eerst gingen we met z’n allen naar het zwemparadijs Aqualand. Het zwemparadijs was een beetje vergane glorie. De kleedhokjes waren gaten in de muren van een nis met een lap plastic ervoor. Het meeste plastic was trouwens weggescheurd, zodat je en public in je blote kont mocht staan of moest wachten tot je je kon omkleden. Ook de rest van de glijbanen en zwembaden zag er armoedig en slecht onderhouden uit. En hier durfde men 21 euro per persoon voor te vragen.
Ook Marineland was te duur voor wat men kreeg. Toegegeven, de orkashow was geweldig en spectaculair, en als afsluiter mocht het publiek naar voren komen om door de orca’s natgespat te worden. Nou, dat hebben ze geweten — ze waren zeik- en zeiknat. Maar de rest van het park was knudde: het was klein, de dieren zaten op een kluitje op een betonnen ondergrond die wel een likje verf had kunnen gebruiken. Dit soort dingen hadden in Nederland echt niet gekund. Schijnbaar ligt de norm hier wat lager.
Het avondeten werd genuttigd in een knus Frans restaurant, waar een vriendelijke ober — die geen woord buitenlands sprak — ons probeerde te bedienen. Knap, omdat wij amper een woord Frans spreken. En laten we nu allemaal gekregen hebben waar we om vroegen. De maaltijd was simpel maar voortreffelijk klaargemaakt. Na een paar weken lijnen was dit even een verademing.
Wat zou de dag van morgen ons weer brengen? Dat was een zorg voor later. Eerst genieten van deze heerlijke maaltijd.
- Gegevens
- Geschreven door: Jef
WHIEJOE WHIEJOE. Met een schok zat ik rechtop in bed. Wim volgde een seconde later. Waar was ik? Langzaam drong het tot me door dat we in ons vakantiehuisje zaten en dat ik de wekker op zes uur had gezet omdat ik nu eenmaal op gezette tijden mijn medicijnen moet innemen. Snel drukte ik de wekker uit, waarna Wim terug in bed zakte en zich knorrend omdraaide.
Met een zwaai opende ik de deuren en de luiken en stapte het terras op. Het was stil en een klein briesje beroerde voorzichtig mijn gezicht. De zon deed zijn best om achter de bergen vandaan te komen. Ik ademde diep de zuivere berglucht in. Heerlijk — het vakantiegevoel maakte zich van mij meester.
Tot mijn verbazing druppelde één voor één de rest van de huisgenoten op dit onchristelijke tijdstip ook de huiskamer in. De een wat meer uitgeslapen dan de ander. Vooral mijn broer had het moeilijk: ze hadden een springverenmatras en dat scheen hij goed te voelen. Terwijl ik uiterlijk met hem meeleefde, dankte ik de hemel dat wij een heerlijk bed hadden bemachtigd.
Na het gezamenlijke ontbijt, bestaande uit vers stokbrood en pain au chocolat, was het voor mij tijd om het zwembad uit te testen. Je zou toch denken: zwembad + hele dag zon + 30 graden = lekker warm… Nou, niet dus! IJsberenbibbertjes koud. Ik vond mezelf wel stoer — een bikkel dat ik dit even deed (dat Wim en de kinderen er in één keer insprongen laat ik even achterwege).
Na mijn zondagochtendduik kwam de landkaart op tafel. Wat werden de plannen voor vandaag?
We besloten richting Middellandse Zee te reizen, om precies te zijn naar Port Miramar in La Londe-les-Maures. Een leuk klein plaatsje, slechts een dikke twintig kilometer verderop. Dus de navigatie ingesteld en wij op weg. Het werd een leuk ritje door het glooiende boerenlandschap, terwijl in de verte de hoge bergen opdoken.
Slik… Het zou toch niet? Ja hoor, natuurlijk wel. Met keurige precisie stuurde het apparaat ons de berg over. Bovendien werd de weg waarop wij reden steeds smaller, tot de breedte waarop net één auto kon rijden. Ik kon wel janken, maar hield me groot — tenslotte had ik mijn zus en haar man ook in de auto. Dus een klein schietgebedje dat ik vooral geen tegenliggers zou ontmoeten en dat de motor het zou redden.
En daar begonnen we aan onze klim. Terwijl de temperatuur van de motor flink aan het stijgen was, steeg ook mijn temperatuur. De weg was smal en kronkelig, zonder railing. Op sommige plekken was de weg wat breder zodat auto’s elkaar konden passeren, maar dan moest een van de twee achteruit. Gelukkig had ik de mazzel dat ik tegenliggers telkens op die plekken tegenkwam.
Zonder kleerscheuren kwamen we de berg weer af en konden de zee al ruiken. Mijn familie zijn echte zonaanbidders en kunnen de hele dag bakken aan het strand. Ik heb dat wat minder. Allereerst verbrand ik heel snel en bovendien: dan lig ik daar vijf minuten en dan heb ik zoiets van: ja, en nu?
Ook Wim hield het niet lang uit en begon de omgeving te verkennen. Hierbij beklom hij ook een pier en kwam daarbij wel heel dicht bij de waterkant. Dat moet je bij mij niet doen — dan raak ik helemaal in paniek. Kortom: Jef boos, Wim boos, maar dat duurt bij ons nooit lang. Terwijl iedereen de zee indook of op het strand lag te bakken, doken Wim en ik de stad in om wat mooie plaatjes te schieten.
De avond werd afgesloten met lekkere hapjes en wijn op ons terras. De lucht was helder, zodat de sterrenhemel goed zichtbaar was. Duizenden kleine sterrenlichtjes schenen die avond alleen voor ons, terwijl de vleermuizen over het huis vlogen en laag over het zwembad scheerden. Wat kan het leven toch mooi zijn.
- Gegevens
- Geschreven door: Jef
Na een paar maanden van voorpret stond de vakantie eindelijk voor de deur. Dit jaar zouden we een weekje met de familie een huisje huren in Zuid-Frankrijk. Jaja, een privéhuisje met zwembad. Maar eerst moest alles goed geregeld worden. Ajax zou voor het eerst in zijn leven gaan logeren in een kattenpension en de auto kreeg een grote beurt. Dat laatste was noodzakelijk omdat de temperatuur de laatste tijd tot bijna het kookpunt opliep. Niet echt handig als je een berg op rijdt en het water als een fonteintje uit je auto spuit.
De auto werd dus netjes nagekeken en de afspraak met het kattenpension was gemaakt. Maar… vakanties lopen bij ons nooit van een leien dakje, want één week voor onze vertrekdatum kregen we van het kattenpension te horen dat Ajax thuis mocht blijven. Ajax was al lang blij en liep met feestmuts en een glas champagne in zijn pootje vrolijk door het huis te zwalken. Gelukkig bood opperpoes Pasula aan om een oogje in het zeil te houden.
Dus vertrokken wij vol goede moed met twee auto’s richting Besse-sur-Issole, een klein plaatsje op de grens van de Côte d’Azur en de Provence — een dikke 1360 kilometer richting zuiden, zon, zee en zalig zwijmelen. Mijn broer en zijn gezin besloten de rit in één keer te rijden, terwijl mijn zus en wij het rustig aan deden en een overnachting inlasten. Het is tenslotte vakantie.
Wat waren we blij dat we Nederland uitreden. Of laat ik het beter zeggen: uitspoelden. Een ware zondvloed viel ons onderweg ten deel. Binnen de kortste keren veranderde de Belgische snelweg in een waar zwembad door het gebrek aan ZOAB, zodat aquaplaning eerder regel dan uitzondering was. Maar hoe verder we reden (of dreven), des te beter werd het weer. Voorbij Brussel was het droog en begon de temperatuur op te lopen.
Tijd voor de airco. En daar kwam de tweede tegenslag om de hoek kijken. Want jawel… 80–90–95 graden. De motortemperatuur liep al snel op. Je kan dus begrijpen: Jeffie was niet blij. Zolang je reed zonder airco ging het wel, maar zodra je een heuvel of berg opging of in de file stond, moest de ventilatie op de hoogste stand blazen. Daar word je niet vrolijk van als het buiten zo’n 30 graden is. Dat kon nog wat worden, deze vakantie…
De volgende dag kwamen we rond drie uur aan bij het huisje. Althans, in de buurt. Want hoewel we een navigatiesysteem hadden, stond het adres op geen enkele kaart. Gelukkig hadden we een routebeschrijving: “Sla bij de rotonde rechtsaf, rij 500 meter door en sla dan rechtsaf na de rivier de Issole.” Je raadt het al: geen afslag na 500 meter en ook geen rivier te bekennen. Wel een klein paadje na 300 meter en een na 800 meter. We besloten de achterste te nemen en belandden vervolgens midden in de bush bush op een kiezelpaadje, berg op. Moesten we hier zijn? Moesten we elke dag deze ‘weg’ rijden? Dat zag ik niet zitten en besloot maar elke dag lekker thuis te blijven.
Na een dikke vijf kilometer rijden kwamen we uiteindelijk weer op de grote weg uit. Bij het andere paadje hadden we meer succes; gelukkig was deze ook beter te berijden en zo kwamen we uiteindelijk bij ons huisje aan. Dat viel niet tegen… Mooie omgeving, mooi huis, mooi zwembad. Mijn broer en zijn gezin waren al aanwezig en iedereen zocht een slaapkamer uit. De kinderen doken meteen het zwembad in.
Aangezien ik een groot deel van de week zou koken, reden we met vier man naar de supermarkt voor de broodnodige boodschappen. Als ijsfan viel mijn oog op het enorme assortiment ijs: allerlei smaken die in Nederland niet te verkrijgen zijn, maar wel een Nederlandse tekst op de verpakking hebben staan. Het is toch oneerlijk! Ik troost me met het idee dat ik toch op dieet ben.