Omdat de meesten van ons teleurgesteld waren dat de CAVE uiteindelijk een wijnpakhuis bleek te zijn in plaats van een grot, besloten we deze donderdag af te reizen naar het plaatsje Le Pradet aan de kust, waar in een oude kopermijn een museum was ingericht en rondleidingen werden gegeven. Helaas opende het museum pas om twee uur ’s middags, dus hadden we nog wat tijd om in Le Pradet door te brengen. Drie keer raden wat iedereen ging doen: juist, het eerste de beste strandje opzoeken om te bakken en te badderen.

Wim en ik besloten eerst maar Le Pradet zelf onveilig te maken. Onderweg kwamen we bordjes tegen die wezen naar een keramiekatelier. Hé, dat is interessant. De bordjes brachten ons naar een wijnhuis aan de rand van de stad. Helaas was de keramiekwinkel gesloten, maar aan de overkant was een kunstenaar bezig met een van zijn sculpturen. Het bleek te gaan om Pierre Fouesnant, nogal een bekendheid. Wat een prachtige beelden stonden daar — en wat een “prachtige” prijzen… 10.000 euro was niets. Verder was het een heel aardige man die, het begint eentonig te worden, werkelijk geen woord buiten de grens sprak.

Daarna was het tijd om wat meer wijn te halen (ja, je moet toch wat). Ditmaal werden we geholpen door zo’n echt oud wijnboertje, inclusief alpinopet. Hij leidde ons een oude kelder binnen. Het was een opmerkelijke man: hij liep voorovergebogen met een kleine bochel op zijn rug, naast hem liep een oude Duitse herder die net zo beroerd liep als het baasje zelf. Opvallend was dat deze man niet normaal kon ademen, maar constant een fluitend geluid maakte. Was deze opa met ons aan het flirten? Ik hield het maar op een slechte gezondheid.

Met een groot aantal flessen wijn in onze kofferbak reden we Le Pradet in voor een lunch. De stad was bezaaid met leuke winkeltjes waar we ook gretig de portemonnee trokken. Het was te merken dat het etenstijd was, want de gebakjes in de etalage van de plaatselijke bakker zagen er wel héél lekker uit. Waarom moest ik nu ook zo nodig op dieet gaan in de weken voor de vakantie?

We stopten uiteindelijk in een oud eetcafé op het dorpsplein. Terwijl het terras vol zat met toeristen die smulden van mosselen met friet, besloten Wim en ik vanwege de warmte het eten binnen te nuttigen. Alle ogen van de plaatselijke bevolking waren op ons gericht. Het publiek bestond voornamelijk uit oude mannetjes die hevig met elkaar discussieerden in rap gesproken Frans, terwijl hun ogen gepriemd bleven op die twee vreemde heren die hun domein binnen waren gedrongen.

Het café zag er wat groezelig uit. De grond bij de bar was bezaaid met sigarettenpeuken, as en lege sigarettenpakjes. Nadat we onze salade op hadden, zijn we teruggegaan naar het strand om de rest op te halen, en in colonne reden we richting de mijn. Het was duidelijk te zien dat deze omgeving enkele weken geleden gedeeltelijk verwoest was door bosbranden. De zwartgeblakerde skeletten van wat vroeger weelderig groeiende bomen waren geweest, stonden in schril contrast met het sprookjesachtige uitzicht op een azuurblauwe zee. Gelukkig had de bosbrand geen schade aangericht aan de kopermijn.

Eenmaal binnen moesten we verplicht een haarnetje en een blauwe veiligheidshelm op. Ik zal je de foto’s besparen, want echt flatteus stonden die dingen niet. Helaas bleek de beloofde rondleiding niet te zijn wat we ervan verwacht hadden. We kregen geen echte rondleiding door de mijn, maar werden op een beperkt gedeelte langs een aantal ruimtes geleid waar in het Frans iets werd verteld over de geschiedenis van de mijn en hoe de koperbewerking rond 1900 in zijn werk ging.

Licht teleurgesteld gingen we terug naar huis om die avond heerlijk te barbecueën. Het is trouwens opmerkelijk hoeveel krekels er zitten in het gebied waar wij verbleven. Je zag ze niet altijd even duidelijk, maar horen des te meer. Hele concerten werden speciaal voor ons gehouden. En de winkels lagen bezaaid met keramieken krekels die je ter decoratie in je tuin kunt ophangen.

De vrijdag zouden we het kalm aan doen: alleen wat boodschapjes, de boel inpakken, opruimen en voor de rest lekker luieren in en aan het zwembad. En zo togen we zaterdagmorgen weer richting huis, waar we na een reis van zestien uur vermoeid maar vol goede herinneringen in ons bedje stapten om in dromen de vakantie nog dunnetjes over te doen.

Joomla templates by a4joomla