Oma is over. Afgelopen vrijdag was het tijd voor haar om haar eigen stulpje op te geven en te verhuizen naar een verpleeghuis. Om 11 uur werd ze verwacht in het verpleeghuis in Lelystad. Veel mocht ze niet meenemen; verder dan haar kleren, wat foto’s, een kastje, een lampje en een schilderijtje ging het niet. Woensdagavond waren we al naar Amsterdam getogen om de meeste kleren in te pakken, en vrijdagmorgen vertrokken Wim en ik vroeg naar Amsterdam om haar op te halen.

Op het moment dat we binnenkwamen werd ze nog gedoucht. Ik besloot dus eerst maar even contact op te nemen met de facilitaire dienst van het verzorgingshuis. Het bleek dat we slechts veertien dagen hadden om het huis leeg op te leveren. Allemaal erg kort dag. Ondertussen was oma onder de douche vandaan en netjes aangekleed. Ze leek totaal niet zenuwachtig en zag er eerder uit alsof ze meeging op een leuk uitje. Drong het echt tot haar door dat er een einde kwam aan haar zelfstandig wonen? Dat ze vanaf nu moest samenwonen met negen andere mensen in een woonunit?

Ze zit nu in een fase waarin ze weet dat ze geestelijk achteruitgaat en gewoon niet meer zelfstandig kan wonen. Bovendien komt ze nu heel dicht bij haar kleinkinderen te wonen, die nu wat makkelijker op visite kunnen komen.

En toen was het tijd… De koffers werden in de auto geladen. Er werd afscheid genomen van de verpleging en de medebewoners, waarbij toch wel een traantje vloeide. Langzaam schuifelde oma richting uitgang. Met kromme rug en gebogen hoofd liep ze voor het laatst het verzorgingshuis uit. Het zonnetje scheen op haar bleke huid en terwijl ze in de auto stapte, werd ze bespied door de vele oudjes die in hun rolstoel voor het huis zaten. In hun ogen glom de blik der herkenning, hun voorland… Want men vertrekt uit een verzorgingshuis alleen tussen zes planken, of men wordt doorgesluisd naar het verpleeghuis.

De reis naar het verpleeghuis verliep rustig. Ze sliep het grootste deel van de rit. Ze werd wakker op het moment dat we de oprit kwamen oprijden. Het leek haar allemaal niet te interesseren. Ook tijdens het intakegesprek leek ze meer interesse te hebben voor haar koffie en broodje dan voor haar nieuwe woonplek. “Ik heb slaap, mag ik naar bed?” heeft ze zeker twintig keer geroepen. Door de vereenzaming van de afgelopen maanden is haar hele ritme naar de knoppen, zodat ze de hele dag ligt te slapen en ’s nachts door middel van medicijnen ook haar ogen dicht heeft.

Maar oma kan nog niet naar bed. Het intakegesprek duurt uiteindelijk twee uur en daarna wordt ze naar haar woonunit gebracht. Ze mag kennismaken en dan mag ze haar gedeelde slaapkamer zien. Terwijl we wat dingetjes voor haar neerzetten, komt een van de andere bewoners nieuwsgierig binnengelopen. Ze loopt op mijn oma af. “Hé, ken je mij niet meer?” Liefdevol legt ze haar handen op het gezicht van mijn oma, die even niet meer weet hoe ze het heeft met deze vreemde vrouw. De vrouw zegt haar naam, niet wetende dat mijn oma stokdoof is. “Wat, Trutsi???” Nee, dat was haar naam niet, en ze herhaalt hem nog een keer. “Totsi.” Na drie of vier pogingen geeft de vrouw het op, haakt bij mijn oma in en ze beginnen samen een rondedansje door de kamer. De verpleegster en ik kijken elkaar verbaasd aan. Zo, dat is een goede binnenkomer. Ze wordt meteen weggeroepen omdat het eten op tafel staat.

Daarna mag mijn oma eindelijk even op bed liggen, want van dansen word je moe…

Joomla templates by a4joomla