|
Geschreven door Jef
|
|
woensdag 08 september 2010 |
 Het leven bestaat niet alleen uit leuke dingen. Dat is iets waar wij afgelopen weekend weer op een afschuwelijke manier aan herinnerd werden. Het begon vorige week allemaal zo goed. Afgelopen zondag zou ik een High Tea geven voor familie en vrienden, een soort van afterparty voor mijn 46ste verjaardag, die ik eerder niet heb kunnen vieren vanwege onze vakantie. Het zou de eerste keer zijn dat ik voor 40 man een buffet zou maken. Alles was tot in de puntjes voorbereid. De gerechten, tijdschema’s, boodschappen. Drie dagen lang zou ik mij opsluiten in de keuken totdat het hele huis zich zou vullen met de heerlijkste geuren. Dat onze auto kapot bij de garage stond, hield mij niet tegen. Donderdags heb ik mijn zwager gecharterd om met hem (en zijn auto natuurlijk) boodschappen te doen. Die arme jongen weet nu pas wat echt boodschappen doen is. Met een afgeladen boodschappenwagen propte wij zijn auto vol en later ook nog eens onszelf erbij (zo’n auto rijdt tenslotte niet vanzelf). En zo stond ik donderdag en vrijdag mij uit te sloven in de keuken, tot ik ’s avonds uitgeput op de bank in slaap viel. Opeens werd ik wakker, Wim legde de telefoon weg en zat met een bleek gezicht voor zich uit te staren. Instinctief voel je dat er iets mis is. In eerste instantie denk ik dan meteen aan mijn vader of schoonmoeder die al behoorlijk richting de gemiddelde overlijdensleeftijd lopen. Of aan mijn oom die aan het genezen van een zeer agressieve kankersoort. Maar voor het nieuws dat we te horen gekregen, daar was niemand op voorbereid. Wim had net zijn broer aan de telefoon gesproken. De oudste dochter van Wim’s zus had een ernstig auto-ongeluk. Ze was met de auto in het water beland en pas na 15-20 minuten werd ze uit de auto gehaald en met loeiende sirenes afgevoerd naar het ziekenhuis terwijl de medici haar constant reanimeerde. Pas in het ziekenhuis kreeg ze weer een hartslag. Om haar overlevingskansen zo hoog mogelijk te houden werd haar lichaam gekoeld tot 33 graden en werd ze kunstmatig in coma gehouden. De dokters waren niet optimisch, 10% kans op overleving en de eerste drie dagen waren crusiaal. Op het moment dat je zoiets hoort, zakt de grond onder je voeten weg. Een jonge vrouw, in de bloei van haar leven. Een vrouw die het niet makkelijk heeft gehad, maar eindelijk het geluk had gevonden: een liefdevolle man, een schat van een zoontje, voor het eerst een eigen huis op stapel en vier maanden zwanger. Zoiets doet pijn, heel erg pijn. De beslissing is dan snel genomen. 40 man werden nog dezelfde avond afgebeld. En zo gingen we van het een op het andere moment een totaal ander weekend in dan wij hadden verwacht, terwijl in Friesland een vrouw vecht voor haar leven. Een onzeker weekend waarin je merkt hoe hulploos je bent in dit soort situaties. En je blijft met zoveel vragen zitten: Weet ze dit te overleven? Komt ze uit de coma? En dat is er altijd nog de vraag: hoe komt ze uit de coma. Afgelopen maandag is Anita overleden, zo mocht maar 29 jaartjes jong worden. ’s Morgens is haar zoontje spontaan dood geboren, als een laatste geschenk aan haar man en moeder. Om hen nog een laatste blik te gunnen op het kleine wonder dat in haar buik groeide. ’s Middags is ze hersendood verklaard en uiteindelijk nog snel overleden. Te vroeg overleden, te jong overleden. Wim en ik willen iedereen bedanken die de afgelopen dagen zo intens met de familie en met ons hebben meegeleefd. |
|
Geschreven door Jef
|
|
maandag 24 mei 2010 |
Het zonnetje schijnt, de vogeltjes kwetteren, het bezoek heeft afgezegd. Wat doe je dan op een heerlijke Pinksterzondag? Simpel, genieten. En zo zaten Pasula en eega, Wim en ik een uurtje later in de auto richting Zeist. Nou ja, Slot Zeist in Zeist om precies te zijn. Nou ja, naar een Country Fair in de tuin van Slot Zeist in Zeist om precies te zijn. Nou ja, naar de parkeerplaats bij de Country Fair in de tuin van Slot Zeist in Zeist om precies te zijn. Nou ja, je begrijpt me wel. Het was druk, een groot aantal auto’s reden op en neer op de parkeerplaats voor een plekje. En ik? Ik kwam, ik zag en ik parkeerde direct. Een aantal jaloerse blikken werden mij kant op geworpen! Hallo, dit is niet mijn eerste evenement, dan wordt je erg handig in het zoeken naar parkeerplekken. Door het goede weer was het zeer druk. Dat begon al bij de kassa, want tja het was natuurlijk niet gratis. Entree: 14 eurootjes per persoon, alsof je een emmer leeggooit. Maar goed, laten we maar zeggen dat we hebben bijgedragen aan de onderhoudskosten van Slot Zeist. Het was duidelijk dat heel tout Zeist en het Gooi was leeggestroomd. De heren in linnen en strohoedjes, de wandelende, op leeftijd zijnde schilderijtjes, de uit hun krachten gegroeide bibberende ratjes met Burberry-tuigjes liepen daar zo maar in het wild rond. Genoeg te zien en dan heb ik het nog niet eens over de verschillende stands. Gelukkig was er van alles wat. Terwijl Wim zich zat te verlekkeren aan een onbreekbare marmeren vloer a 300 euro per vierkante meter, stonden Pasula en ik ons te verlekkeren bij de jam-kraam. Een potje van dit en een potje van dat! Tja, het is ook zo verleidelijk. Net zoals dat heerlijk ijsje dat we op een trap in de schaduw oppeuzelde. Dat zijn van die momenten dat ik echt kan genieten van het leven. Lekker weer, heerlijk ijsje en goed gezelschap. En zo liepen we van kraampje naar kraampje. Opeens stonden we voor een kraampje dat walnotenolie verkocht, geperst uit eigen walnotengaard in Frankrijk. De vrouw achter de kraam kwam mij wel bekend voor, maar voor ik er goed over na kon denken sprak ze mij aan: “Jij bent toch Jef. We hebben samen op de toneelvereniging gezeten.” Verhip, dat mens moet een geheugen als een olifant hebben. Dat is al zo’n 30 jaar geleden, toen ik nog een erg jong en puberig Jefje was. Gedachten schoten door mijn hoofd. “Goh, wat ziet ze er oud uit, wat een rimpels. Heb ik ook zoveel rimpel?. Nou ja, ze heeft het wel goed gedaan met een eigen huis en boomgaard in Frankrijk. Hoe heet ze ook alweer…” “Jef, je vrouw loopt al een aantal kramen verder hoor” Ik heb geen zin om uit te leggen dat Pasula mijn vrouw niet is, en ik met een man getrouwd ben. Ik vond het wel goed zo, knikte en murmelde nog even dat ik het leuk vond haar weer gezien te hebben en liep snel door. Ondertussen was Pasula aanbeland bij een stand waar ze aangetrokken werd door een leren tas, of was het door de hoogblonde verkoper? We besloten maar even bij te komen met een drankje en portie poffertjes. Na een heerlijk stukje comte-kaas te hebben gekocht, besluiten we dat het tijd is om ons naar de uitgang te begeven. Maar Wim kon er maar geen genoeg van krijgen en is nog niet in zicht. Uitgeput kijken we om ons heen, maar zitplaatsen zijn schaars op een fair. Maar goed, we hebben een bankje in zicht. Er zit één persoon op, maar is er nog ruimte voor Paula en mij. Is het je ook wel eens opgevallen dat oude vrouwtjes niet vooruit te branden zijn als ze voor je op de snelweg rijden, als ze voor je lopen in een te krap winkelpad? Nou, niet op een countryfair als ze een leeg bankje zien. Die twee oudjes trokken een sprintje en weg was ons zitplekje. Grrrrr. En het zag het ook nog eens naar uit dat ze voorlopig niet weg zouden gaan. Ondertussen was wel die andere persoon opgestaan en was er dus één plekje vrij. En dus begon de hoffelijkheidswedstrijd tussen Pasula en mij. - Ga jij maar zitten. - Nee, jij bent moeier. - Nee, jij bent een vrouw. - Maar jij bent ouder. Ik won, Pasula ging zitten en ik had meteen al spijt. Ik gaf “de blik” naar de twee oude taartjes, zoiets van “rot op, het is nu mijn beurt” maar deze gaven geen thuis. Gelukkig kwam Wim er aan en konden we richting auto. Op het moment dat Pasula opstond, stond ook die twee vrouwen op en liepen ook richting parkeerplaats. Hebben jullie dat ook wel eens? Van die verkeerde gedachten? Zo’n plotselinge gewelddadige opwelling die je weer snel onderdrukt omdat je weet dat je dat niet hoort te doen? Even, heel even had ik de ongecontroleerde neiging om die oma’tjes met kop en kont beet te pakken en van de slotbrug zo de gracht in te pleuren. Maar ik sloeg een diepe zucht en bepakt en bezakt slenterde we moe maar voldaan terug naar de auto.



 |
|
Geschreven door Jef
|
|
dinsdag 09 februari 2010 |
“Hier moet je echt een stukje over schrijven” “Is goed Pasula” Ik kreeg nog net geen klap met de zweep. Hup luie weblogger, je laatst stuk dateert alweer van september. En hoe kan je beter opnieuw beginnen met schrijven dan met de perikelen van de voorronde van het Songfestival? Maar of het mijn voorspellende gave is, vlak voor de uitzending afgelopen zondag viel ik spontaan in een diepe, diepe slaap, alsof mijn onderbewuste mij wilde behoeden voor krommende tenen. Gelukkig had ik het programma opgenomen. Dus gisteren, na een dag harde arbeid, plofte ik vermoeid op de bank. Laat het “spektakel” maar beginnen. Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik mijn hart al vast hield toen ik hoorde dat de voorrondes tegenwoordig bij de TROS uitgezonden zou worden. Maar dat het zo erg zou zijn… Laten we beginnen met golddigger Yolanthe. TROS, TROS, TROS, niet elk leuk uitziende soapje is geschikt voor presentatie. Stijf hakkelde ze de presentatie aan elkaar. Laat haar lekker acteren want een presenteren is een slecht idee. Maar goed, dat kan je verwachten van een omroep die volkszangers zoals Frans Bauer en Jan Smit een eigen programma geven, schoenmaker hou je bij je leest. Haal desnoods Ellen Brusse uit het bejaardenhuis, alles beter dan Yolanthe. De hele opzet van de voorronde deugd zowieso niet. Je laat Papa Smurf Abraham, een liedje in elkaar flansen, dat het misschien prima deed in de jaren ’70. Vervolgens laat je 5 TROS-zangcoryfeeën 5 onbenullige artiesten coachen om een eigen versie van het nummer te maken. Allereerst, hoe je het ook probeert, van een zak stront kun je nooit een culinair hoogstandje maken. Bovendien laat je die toch niet doen door oer-nederlandse artiesten, waarvan de helft al uitgerangeerd is? Wat weten deze mensen van internationale europese smaak? Bovendien was de keuze van de uitvoerende artiesten al zeer discutabel. Als eerste was de 17-jarige Appel-Sieneke aan de beurt. In de krant had ik al gelezen dat zij gewonnen had. Het draaiorgel begon en na 10 seconden waren mijn tenen driedubbel omgekruld en was ik aan de linkerkant doof en rechterkant blind. Oh My God!!! Als dit kind voor de jury van X-Factor stond, zou ze met een schouderklopje van Angela Groothuizen en nog net geen nekschot van Gordon zijn weggestuurd. En dit, dit moet ons ten ogen en oren van miljoenen Europeanen vertegenwoordigen? Triest, diep triest. Een redelijke melodie, die verkracht wordt door een niet goed lopende tekst, die zometeen door een uitgevoerd gaat worden door een voetenschuivend meisje dat met een iele zangstem een Nederlandstalig liedje kweelt? Shalali shalalaatmaar! Zelfs sexy achtergrond zangeressen die in Volendamse klederdracht een klompendansje doet en Pierre Kartner die verkleed als Grote Smurf het orgel aanzwengelt zouden ons niet kunnen redden. Maar de grootste verrassing dat bij deze monsterlijke uitzending aan het einde. Zat Pierre Kartner in het begin van de uitzending nog als een diva op zijn royale stoel. Aan het einde wou hij de winnaar kiezen door middel van het opgooien van een munt. Tja, zegt dit nu wat over het niveau van de uitzending of van de artiesten. Beiden ben ik bang. Rita Verdonk, verander de naam van je partij maar want momenteel ben ik niet Trots op Nederland. Ik schaam mij diep! |
|
Geschreven door Jef
|
|
vrijdag 11 september 2009 |
 Van mijn werk had ik een Blackberry gehad, een telefoon met internet en waarmee je ook je bedrijfsmail kan bekijken en versturen. Een leuk apparaatje en een natte droom voor elke telefoonfreak. Ach, ik vind het wel aardig maar niet superbijzonder. Wat ik wel leuk vindt is google maps, die ook op die telefoon zit, zodat je altijd kan zien waar je bent. Maar het leuke is dat je ook anderen kan machtigen zodat anderen ook kunnen zien wat je uitspookt. Ja, big brother is watching you. In mijn geval was het little brother is watching you, want om dit uit te testen had ik mijn broertje gemachtigd om te zien of het ook goed werkt. Dus broertje gemachtigd, blackberry in mijn zak en wij togen zonder mijn broer iets te vertellen naar kasteel ’t Loo in Apeldoorn. Daar was een tentoonstelling over koningin Juliana, nog steeds mijn favoriete koningin vanwege haar eigenzinnigheid en warsheid tegen het protocol. Het was druk, heel druk en voor de kassa’s stonden lange rijen. En ik weet niet hoe ik het voor elkaar krijg, maar ik heb een neus voor de verkeerde rij. In de ene rij stikte het van de oudjes en rolstoelen, en in de andere rij stonden vooral jongeren. Ja, dan is de keuze snel gemaakt. Fout, fout, helemaal fout. De rolstoelen zoefde langs de kassa terwijl in mijn rij een oververhitte vader ruzie met de caissière stond te maken. Maar eindelijk waren we binnen en dat was maar goed ook, want ik moest wel heel nodig naar het toilet. Na veel moeite had ik het toilet gevonden. Net op tijd. Broek naar beneden en met een zucht laat ik de natuur zijn gang gaan. Aah, de opluchting. RING-RING-RING, RING-RING-RING. Ik schrik me rot en schiet bijna een meter de lucht in. De werktelefoon… Met mijn broek nog op mijn knieën graai ik in mijn broekzak. “Met Jef” “Ja, met je broer. Ik zie je. Je zit op kasteel. Helemaal achterin in een hoekje” “Ja sukkel, je stoort me. Ik zit op het toilet” Een lachsalvo aan de andere kant van de lijn is mijn antwoord. Zo’n google maps is toch niet zo’n goed idee als ik dacht. Zelfs op het toilet ben je niet meer veilig. De expositie van Juliana ziet er goed uit. Er zijn verschillende tentoonstellingen en er staan ook een aantal statieauto’s tentoongesteld. Ondertussen schijnt het zonnetje, de mensen zijn vrolijk, wat wil je nog meer. Ik geniet, maar ben nog steeds heel erg moe dus even rusten in het restaurant. Maar schijnbaar waren we niet de enige die op dat idee waren gekomen. Een rij van hier tot Tokyo stond voor de kassa. Verbazend want ook de prijzen van de versnaperingen waren zeer koninklijk, zeg maar gerust, prijzig! Ineens zie ik een bekend gezicht. Maar ik moet eerlijk bekennen dat ik altijd problemen heb om deze in het juiste hokje te plaatsen. Wie is dit, wie is dit klinkt het in mijn hoofd. Hoe is het op de zaak, vraagt ze vriendelijk. Ah, bingo. Het bekend gezicht krijgt dus een plaats in het hokje collega. Met meer dan duizend collega’s verdeeld over het hele land ken ik dus niet iedereen direct bij naam. “Tja, ik weet niet hoe het nu op kantoor is, ik ben met vakantie”. “En hoe is het gegaan na de meeting?” Ineens alarmbellen in mijn hoofd. Meeting? Is er dan wat gebeurd? Tja, ik ben er twee maanden uitgeweest door de longontsteking. Ik hakkel en stamel wat. “Ehhhhh…. Meeting? Wanneer dan?” “Oh, ik begrijp het al, je hebt vakantie. Ik ga verder” Ik blijf beduusd achter. Pas na een paar minuten valt het kwartje pas. Dit was helemaal geen collega, maar iemand die vorig jaar voor onze afdeling een soort meeting heeft gehouden over betere samenwerking etc. etc. Een paar minuten later ben ik alles allang weer vergeten terwijl ik met Wim door de tuin heen slenter. Helaas kon ik geen foto’s meer nemen want ik was vergeten de accu op te laden en weigerde dienst. Maar goed, nu had ik meer oog voor de tuin, en zag deze nu eens niet door de ogen van de fotozoeker. Het was weer tijd om even te rusten. Achter in de tuin is een gallerij waar je heerlijk kunt zitten. Terwijl Wim door de tuin liep, nam ik een heerlijk colaatje light en vleide mij neer. Aaaahhhh, het leven is goed. Mooi uitzicht, een koud colaatje en een… WESP!!! Vanuit het niets kwam een wesp aangevlogen die, in een rechte lijn, direct op mijn flesje cola aangevlogen kwam. Op de rand van mijn cola-flesje ging zitten en floep, er zomaar inkukelde. Plats, daar dreef hij midden in mijn cola, waar ik net twee slokjes van had genomen. Grrrrrrrrrr. De cola is daar al onbetaalbaar, bovendien was het cola light, L-I-G-H-T, domme wesp, daar heb je geen zak aan. Ik voelde een soort van oerwoede in mijn binnenste uitbarsten. Die wesp moest dood, DOOD whahahaha…Ik draaide de dop erop en schudde eens goed. Daar kon dat beest niet tegen, verdronken in cola-schuim. Ondertussen had Wim al een andere cola voor mij gekocht, maar nu was ik verstandiger, de kop bleef erop, maar ondertussen bleven de wespen komen. Op een gegeven moment besloot ik maar te vluchten, voor ze wraak zouden nemen. Deze zomer zijn er wel erg veel wespen. 
|
|
Geschreven door Jef
|
|
woensdag 09 september 2009 |
|
We hadden de keuze tussen “Gluren in Buuren” of “Handwerpen in Antwerpen”, de keuze was aan Pasula. Het werd uiteindelijk Antwerpen, maar haar slechte gevoel voor aardrijkskunde had ze het idee dat Antwerpen uuuuuren rijden was, terwijl je binnen 2 uur van Almere naar Antwerpen rijdt. Toen was de keuze niet moeilijk meer, Antwerpen here we come. De auto werd gedumpt in een P&R in Merksem en met de tram/metro stonden we in no-time bij de Muir. Maar van winkelen was nog geen sprake, want op een drafje rende Pasula naar de dichtbijzijnde plek voor een plas, handig want dat was een restaurant en omdat onze maagjes knorde, konden wij daar meteen de lunch nuttigen. Terwijl Pasula het liet kletteren op het toilet bekeek ik eens de lunchkaart.. Slik, de prijzen waren eh…. Prijzig. Dik 6 euro voor een kopje soep en de broodjes vanaf 7 euro. Ik ben nog een van die sukkels die alle bedragen omzet in guldens. Kopje soep 13 gulden en een broodje 15,40 gulden. Had ik dat er in het guldentijdperk voor over? Nooit van mijn leven, dus nu ook niet. Wegwezen hier, en dus vonden we een leuk restaurant in “Desire de Lile”. Dat werd hoogtijd ook omdat in de hemel de waterkranen flink open werden gedraaid. Getver, waarom was ik ook zo stom om mijn jas in de auto te laten, had ik mijn lesje nog niet geleerd in juni toen ik die longontsteking kreeg. Desire de Lile werd dus mijn schuilplaats en wat voor een! Er was een gezellige binnenplaats waar diverse tafels onder supergrote parasols stonden die de tafels goed droog hielden. Althans, natuurlijk elke plek behalve waar Pasula zat. Met haar vrouwelijke charme wist ze Wims plekje in te pikken die uiteindelijk in het verdomhoekje kwam te zitten. Maar het eten was er niet minder door, Pasula en Wim smikkelde een goed gevulde omelet weg terwijl ik mij te goed deed aan een lekkere pannenkoek. Jammer genoeg hield het niet op met regenen. Dit is toch niet wat Pietje Paulusma had voorspeld. Het was grauw, koel en nat en iets vertelde mij dat Antwerpen bij zon er toch een stuk vriendelijker uitzag. Maar de vele banketbakkers en chocoladewinkels maakte voor Pasula en mij veel goed. Maar ook de vele beelden onderweg was prachtig en leidde de route van de prachtige kathedraal, waar juist een tentoonstelling gehouden werd, we vielen dus met onze neus in de boter. Alleen enorm balen dat je niet mocht flitsen want bijna al mijn foto’s zijn mislukt. Door de kerk liep namelijk de heilige politie in de orde van de anti-flitsers, die streng optraden bij elke flits die ze zagen. Nog net geen 10 zweepslagen voor de zondaars. Maar wat een pracht en praal was daar te zien. Dan zie je echt het verschil tussen een katholieke en protestantse kerk. Het was weer tijd voor een schuilplaats, op een verdekt terras keken we uit over het verlaten plein. Op zonnige dagen werd dit prachtige plein vast overspoeld door toeristen. Het zag er imposant uit, de schitterende fontein van Brabo, de pittoreske oude huizen met gouden beelden op het dak, die op zonnige dagen vast verblindend zijn. Dit keer was het Pasula die voor een pannenkoek ging, terwijl ik aan een tosti ging. Wim was nog steeds onder de indruk van de kathedraal en nam alleen wat te drinken. Tja, wat doe je nu op een druilerige dag in Antwerpen? Simpel, je maakt een rondritje in een koets. Daar zaten we dan, samen met een vader en zijn twee tienerzoons, stille typjes. Terwijl wij de grootste lol hadden om de kont van het paard, de truttigheid van toeristje spelen en de vele mensen die ons fotografeerde, gingen zij helemaal op in hun rondrit. Wij wuifde waardig naar alle fotograferende mensen op het territoir, zoals de welopgevoede prinsen en prinsesje die wij zijn. We lagen helemaal in een deuk toen we het collectebusje in de koets zagen hangen met daarop “Denkt u aan de koetsier?” Oh ja hoor, natuurlijk dachten wij aan hem en de pittige prijs die hij rekende voor het toertje rond de kathedraal. Behalve chocolade, waren er ook veel (half)edelstenen te vinden in Antwerpen, veel kleine winkeltjes die de prachtigste stenen verkochten, al dan niet verwerkt tot sierraden. Dat was een kolfje naar de hand voor Wim en Pasula, die werkelijk in elke winkel stonden te kwijlen. En wat leuker was, de prijzen lagen ver onder die in Nederland. En zo verlieten we alle drie een winkel met een Antwerps handje van een edelsteen om onze nek, dank je wel Pasula. Ondertussen was de dag al bijna over, en verrek… het stopte met regenen en de zon brak ook nog eens door. Verdorie, en voor ons was het tijd om Antwerpen te verlaten. Eerst nog even wat foto’s schieten en chocolade inslaan. En ja, als je dan ook nog een frituur tegenkomt, kan moet je toch wel een lekker vlaams frietje nemen toch? Dus namen we alle drie een patatje stoofvlees en wat drinken. Als de gentleman die ik was trok ik de beurs, eerst even rekenen want in het tijdperk van het plastic geld heb ik amper meer contant op zak. Bovendien was mijn zakgeld al uitgegeven aan de chocolade. 3x stoofvlees is 9,90, 3x cola dik twee euro… Dat moest ik wel redden met de 20 euri die nog in mijn beurs zat. Dat is dan 26 euro, bromde de verkoper zonder blikken of blozen. Wat bleek, de patat zelf wat al 3,20 en daar kwam dan nog 3,30 voor de stoofvlees bij. Oeps, daar had ik niet op gerekend. En als de gentlewoman die Pasula was, trok ze ook haar beurs :-) De P&R waar de auto stond, stond recht tegenover een Carrefour. Een mega-supermarkt waar je werkelijk alles kan kopen. Tja, zo’n kans laat ik niet voorbij gaan natuurlijk. Shoppen!!!!!! Ik was echt klaar voor het grote shoppen en deze winkel eens lekker op mijn gemak te verkennen. Maar we waren er amper 10 minuten toen werd omgeroepen dat de winkel ging sluiten, whoaaaa!!! Ik de versnelling in 5 gezet en racen door de winkel om toch nog de dingen te kopen die ik wilde hebben. Wat mij trouwens opviel is dat Belgen geen halve maatregelen treffen want na een paar minuten deden ze gewoon de lichten in de gangpaden uit. Hup wegwezen jij. Uitgeput begonnen wij aan de reis terug naar de polder. We hadden wel zin om onderweg nog even te stoppen voor een bakkie koffie als afsluiting van een heerlijk dagje Antwerpen. Het bakkie koffie kregen we, de aflsuiting van de dag ook. Ik moet je zeggen dat het heel onwerkelijk is om zo’n heerlijk dagje te eindigen om 10 uur ’s avonds in een meubelzaak in Oosterhout. Tja, tegenwoordig kijk ik nergens meer raar van op. Onze uitjes zijn alles behalve normaal. 









 |
|
Geschreven door Jef
|
|
zaterdag 29 augustus 2009 |
 Lekker een dagje naar de Natura Artis Magistra, of zoals de meeste mensen het kennen dierentuin Artis in Amsterdam. Het weer was heerlijk en zus had voor de hele familie vrijkaartjes geregeld. Het zonnetje scheen, dus togen wij zondagochtend vroeg richting Amsterdam. Bij aankomst was het al “gezellig” druk wat zich uitte in lange rijen voor de kassa’s. Schijnbaar waren we niet de enige die op het lumineuze idee waren gekomen om de apies te bezoeken.Dat was dus ook het eerste wat we gingen doen. Linksaf slaan voor het apenhuis. Echt veel was er niet te zien want met dat warme weer zaten die veel liever in hun buitenverblijf dan zich te laten bekijken in hun hokken.Een aantal zwarte slingerapen lieten hun kunsten zien door handig te slingeren van tak tot tak in een hoog tempo. Als je dat zo ziet is zo’n staart best wel handig. Stel je voor, kan ik nog sneller een weblog schrijven, met 10 vingers en één staart. Oh ja, mijn zwager had ook nog sjans met een baviaan. Dat beest kon zijn ogen niet meer van hem afhouden en overal waar mijn zwager ging, volgde de baviaan.En ik zweer je dat ik het dier een traantje weg zag pinken toen we het apenhuis weer verlieten. Arme baviaan met luduhveduh. Artis is een echt oude dierentuin, het stamt uit 1838. Het ziet er daardoor monumentaal en indrukwekkend uit, maar de keerzijde is dat veel dieren in veel te kleine hokken zit. Dit is het meest zichtbaar bij de roofdieren, die in veel te kleine hokken vaak psychotisch heen en weer lopen met doodse blik in de ogen.Absoluut geen pretje om naar te kijken, alhoewel de dieren zelf zeer indrukwekkend zijn. De halve familie zat zich in het reptielenhuis nog te vergapen aan de slangetjes, krokodillen en andere enge dieren.Ik besloot dat het tijd was om even te rusten. Ik ben nog steeds niet helemaal versteld van de longontsteking en vrij snel moe, dus tijd voor een bankje en wat drinken.Daar kwam ik al snel in aanraking met de nieuwste aanwinsten van Artis: Wespen!!! En niet zo weinig ook. Omdat bij elk bankje een prullebak stond, zoemde deze geel-zwart gestreepte mormels constant rond je hoofd.Het was dus al snel gedaan met de rust.Dan maar verder lopen, ik haat echt wespen. Ik moet altijd nog denken aan een paar jaar geleden op mijn werk. We zaten met z’n allen in de kantine.Voldaan zat ik van mijn ossestaartsoep te slurpen, toen ik vanuit mijn ooghoeken zo’n beest mijn kant op zag vliegen.Ik slaakte een angstgil en sprong op. Mijn collega’s keken mij verschrikt en verbaast aan. Ik kon uiteindelijk alleen uitbrengen: Ik ben er bang voor, ik ben er bang voor. Tja, helaas bleek mijn wesp een lief vlindertje te zijn. En dit moest ik nog heel wat jaartjes horen. Nu we het toch over vlinders hebben. Sinds korte tijd heeft Artis een vlindertuin. Echt prachtig om te zien, alhoewel hij niet kan tippen aan de vlindertuin van de Orchideeënhoeve in Luttelgeest. Overal fladderde vlinders rond in de mooiste kleuren. Het fototoestel maakte dus overuren.Zo’n tropische vlindertuin is mooi hoor, maar met de hoge temperatuur buiten, was de vlindertuin net een sauna. Lang hield ik het niet vol. Even dus een rustpauze en wat drinken in het restaurant, maar je raadt het al: Wespen! Oh ja, en niet te vergeten een ontsnapte vlinder. Extra werk dus voor de medewerkers die als gekken met een netje achter de vlinder aan gingen. Met enige leedvermaak volgde ik het spectakel. Na 5 minuten jagen kregen ze het beest eindelijk te pakken. Ach, ze mogen nog van geluk spreken dat het een ontsnapte vlinder was en geen ontsnapte Bokito. Op ons gemakje liepen we verder, genietend, van de zon, de dieren en het gezelschap. Maar de harmonie werd wrang verstoord bij de pinguins, alhoewel ik er erg weinig van meekreeg. Terwijl ik druk bezig was de vogels te fotograveren, stond de rest van de familie verderop te bekvechten met een stel rare vogels. Twee vervelende tienergozertjes namen mijn zwager in de maling, dat pikte mijn zus niet, waarop de familie van die twee gozer verhaal kwamen halen, waarop mijn broer zich er weer mee ging bemoeien. Ai, bij de beesten af. Gelukkig bekoelde de gemoederen en mopperend en morrend liep ieder zijn eigen richting op. Het zal de hitte wel geweest zijn. Tijd om af te koelen in het aquarium. Al snel was die ruzie vergeten en deden we waar we voor waren gekomen: genieten. 






|
|
Geschreven door Jef
|
|
dinsdag 14 juli 2009 |
 Pffft, ik ben blij dat het ondertussen alweer wat beter met mij gaat. Wat begon als een onschuldig hoestje, zou al snel uitgroeien tot wat ergers. Het begon op een donderdag. Voor mijn werk zat ik op een seminar in het Mediapark in Hilversum. Je kent het wel, ik had zo’n bleh-gevoel. Zo’n gevoel van “ik voel me eigenlijk niet zo lekker”. Aangezien het seminar een hoop blah blah was, en het interessante deel (en de gratis lunch natuurlijk) achter mij lag, besloot ik er wat eerder tussenuit te piepen. Ook de volgende dag was het bleh-gevoel niet over, maar toch al hoestend en proestend naar mijn werk gegaan. De zaterdag voelde ik mij al wat gammeler. Maar wie mij kent, weet dat ik heel slecht thuis kan blijven, dus besloten we toch maar eens een kijkje te gaan nemen in Elburg, een pittoresk vissersdorpje aan de voormalige Zuiderzee. Ik zou het gewoon heel rustig aan doen. Elburg is een leuk en niet al te groot dorpje. Bovendien waren er “activiteiten”. De politie, brandweer en duikers waren uitgerukt om een presentatie te geven in de haven. Wij besloten om eerst maar de stad zelf te onderzoeken. Wim is de laatste tijd veel bezig met het onderzoeken van onze stamboom en een aantal van zijn voorouders komen uit Elburg. Dus togen wij naar de kerk van Elburg. Die helemaal aan de rand van het dorp stond. Helaas gesloten, en terwijl om het eeuwenoude gebouw heenliepen, begon het toch te regenen, te plensen, te hozen. Niet normaal meer, en wat erger was: nergens een plek om te schuilen. Dus op een holletje rende we terug naar de winkelstraat, en zonder op of omkijken stormde wij de eerstedebeste winkel in. Een aantal oude dametjes keken verschrikt op terwijl twee grote verzopen kerels de winkel binnenstormde, de stoffenwinkel binnenstormde. Ik keek eens goed om mij heen. Oude vrouwtjes, naaimachines, bolletjes wol, verschillende stoffen… Ineens voelde ik mij behoorlijk als… als… een Jef in een stoffenzaak. Opgelaten dus. Gelukkig zagen wij dat tegenover de winkel het Elburgs Museum lag. Dat was een betere schuilplek. We zeiden de oude dametjes, die daar nog met open mond naar ons stonden te kijken, vriendelijk goedendag en spurtte naar de overkant. Ik was kleddernat en voelde me net een verzopen kat. Tot aan mijn onderbroek en sokken was ik nat. De regen liep in straaltjes van mijn gezicht en tikte zacht op de plavuizen vloer van het museum en ik voelde me beroerder dan ik me al voelde. De volgende dag ging het echt mis. Ik had dit nacht al amper geslapen vanwege het vele hoesten, en als ik dan al op bed lag, werd het hoesten alleen maar erger en erger. Bovendien begon mijn temperatuur ook te stijgen. Na een bezoekje aan de weekend-arts bleek dat ik een bronchitis had. Ik kreeg een kuurtje mee naar huis en moest dinsdag terug naar de huisarts voor controle. Maar goed, ik bleef mij maar enorm gammel voelen, hoesten en koorts hebben. Dinsdag dus naar de huisarts. En nee, ik had geen bronchitis maar ik had influenza (griep). En er zat maar één ding op: uitzieken. Okay, er zat niks anders op. Maar die middag werd ik zieker en zieker. Bovendien steeg mijn temperatuur ook verder. 38.5, 39, 39.5, 40… Ik besloot de dokter maar even te bellen, maar kwam niet verder dan de assistente. “Nee hoor, niks aan het handje. Lekker uitzieken. Neem maar een paracetamolletje. Bedankt voor het bellen….” Tuut-tuut-tuut. Daar had ik niks aan. Ondertussen was het zeven uur geworden en was mijn temperatuur bijna 41 graden. Ik voelde mij doodziek, begon te ijlen, dus belde Wim de dokterspost. Na een dik uur kwam er een arts en wat bleek? Longontsteking! Dus mocht Jeffie naar het ziekenhuis. Ik was allang blij dat er eindelijk wat gedaan werd. Na een groot aantal testen bleek dus dat ik een longontsteking had, zuurstoftekort en een tekort aan Kalium. Na een klein weekje goed verzorgd te worden, mocht ik weer naar huis. Ik had een zware anti-biotica kuur gekregen die ik af moest maken. En rust, veel rust. Nou, ik voelde me toch nog als een vaatdoek, dus veel kwam er niet uit me hahaha. Het enige wat uit mij kwam, was hoesten, hoesten en een stem die niet meer als de mijne klonk. Deze stem was hees en piepend. Deze stem bleef hees en piepend. Dus vorige week ben ik teruggegaan naar de huisarts. Nu blijkt er ook een infectie op mijn strottenhoofd te zitten. Deze bacteriën hadden niet op de anti-biotica gereageerd en nu slik ik dus weer een andere kuur. En volgens de dokter ben ik nog wel even zoet, zo’n 6 weken zoet. |
|
Geschreven door Jef
|
|
donderdag 26 maart 2009 |
|
Ik zou een rustige zondag houden, jaja. Dan ken je mij nog niet. In de ochtend begon het al te kriebelen. Een uurtje later zaten we in de auto om eerst even een bakkie bij mijn zus te doen, de auto daar te laten staan en naar Bataviastad te lopen, aangezien ze op 20 minuutjes lopen daar vandaan wonen. Het was heerlijk weer dus doken we de tuin in om wat vitamientjes Z binnen te krijgen. Oh ja, laten we de koffie en thee ook niet vergeten. Jammer genoeg was hun tuintafel net gesneuveld. Dus zaten we gezellie in een kringetje met een voetbankje in het midden waarop de koffie en thee stond te wankelen. Ja, dat moet je met mijn voetmaat 47 natuurlijk niet doen. Het duurde dan ook niet lang voordat ik met mijn voet bewoog en de koffie door de lucht vloog en op de stenen kletterde. Ik wou nog even “het regent het regent” zingen maar ik weet niet of mijn zus dat kon waarderen. Hoog tijd om dus op te stappen. Tja, lopen naar Bataviastad mmmmmm. Mijn luie inslag won, bovendien, had ik mij gisteren niet genoeg afgebeuld. Waar heb je anders een auto voor? Ja, dat waren goede argumenten dus reden we lekker met de auto richting Bataviastad. We waren er een paar weken geleden al. Het nieuwe gedeelte was toen net geopend, alleen waren nog niet alle winkels daar open. Met grote aanplakbiljetten stond dat deze in maart geopend zouden worden. Tja, afgelopen zondag was het toch al eind maart, dan zouden de winkels wel open moeten zijn. Voordat we Bataviastad ingingen, besloten we eerst een bezoekje te brengen aan het museum Het Nieuwe Land. Schande, als lelystedeling was ik hier nog nooit geweest en omdat Wim en ik toch een museumjaarkaart hebben konden we gratis naar binnen. We begonnen met een audiotour, we moesten een vast route lopen en de sensoren zouden ons oppikken en dan zou alles automatisch aangaan, films zouden automatisch starten en het geluid zou te horen zijn via onze koptelefoons. Nou spannend. Wij naar boven, de blauwe stippellijntjes volgen. En ja hoor, de eerste voorstelling. Wij komen aangelopen en…. Niks! Geen beeld en geen geluid. Mmmm, teruglopen en weer naar de voorstelling. Het lijkt stug dat de sensor mij over het hoofd kan zien. Misschien zwaaien, nee hoor. En wat doe je dan? Dan ram je maar op alle knoppen van het kastje. Maar nog steeds niks. Dus weer twee trappen naar beneden, naar de balie. De dame daar kreeg een rood hoofd, oeps, ze was vergeten de voorstelling te activeren. Na een paar knoppen omgegooid te hebben mochten we weer naar boven en ja hoor… let the tour begin! Heel leuk, ze begonnen met de pioniers die naar de polder kwamen en hoe verder je ging in de tentoonstelling, hoe verder je terug ging in de tijd. Wel een aparte manier, maar zo kregen we steeds meer te weten over het IJsselmeer/Zuiderzee gebied. En zo’n twee uurtjes later kwamen we bij de uitgang van de tentoonstelling. Die bleek dus eigenlijk de ingang. Ja hoor, we waren op de verkeerde manier de tentoonstelling opgekomen. Bataviastad ligt eigenlijk direct naast het museum, het was dus maar een klein stukje lopen. En ik had er zin in, “Cast Iron” een van mijn favoriete merken zou eindelijk te koop zijn in Bataviastad. Maar wat een tegenvaller zeg. Bijna alle winkels die de vorige keer nog niet geopend waren, waren nu ook nog gesloten. Maar gelukkig, de Cast Iron-winkel was open. Op een drafje stoof ik naar binnen, langs alle Cast-Iron reclame. En, ja hoor, Vanguard…. PME… maar geen Cast Iron. Wat een nep, wat een teleurstelling. Bah, stelletje laaielichters, klantenlokkers, snoodaards etc etc etc. Maar ach, er zit weer een pluspuntje aan: Ik heb een excuus om over een paar weken weer even langs te gaan. |
|
Geschreven door Jef
|
|
dinsdag 24 maart 2009 |
 Er zijn van die mensen die voor hun hobby verhuizen. Die genieten van het inpakken van hun spulletjes, het herinrichten van hun nieuwe huis en natuurlijk hun spulletjes weer uitpakken. Ik ben niet een van die mensen. Sinds ik het ouderlijk huis ben ontgroeid ben ik maar één keer verhuist en wil dit ook graag zo houden. Afgelopen zaterdag mocht ik alsnog helpen familie te verhuizen. Joepie!!! (maar niet heus), voor familie zet ik mijn anti-verhuis gevoelens even opzij. Om zes uur klonk de wekker, zucht en dat op zaterdag… Met moeite kwam ik mijn bed uit, douchen aankleden en even na achten vertrokken we met broer, zus en hun eega’s om te helpen. Ik wist dat het geen makkelijke klus zou worden. Degene die verhuist moesten worden, woonde op twee hoog in een flat zonder lift. Daar aangekomen zonk de moed mij helemaal in de knieën. Nu moet ik eerlijk bekennen dat wij veel spullen in huis hebben, maar dit? Dit heb ik nog nooit meegemaakt. Wat een spullen, wat een troep. En moest dit allemaal mee? Gelukkig maken vele handen licht werk. En… Veel bewegen en tillen is goed voor mijn dieet denk ik dan maar. En na zo’n 100 bananendozen, 2 wasmachines, 4 magnetrons, 5 fietsen, 3 baby-uitzetjes, tig uit elkaar gehaalde kasten en de rest van huisraad stonden alle spullen van het tweetal in Biddinghuizen (Een gehucht midden in de polder waar je nog niet doodgevonden wil worden). Ik was zo blij dat het achter de rug was, dat ik voor de gezinnen van broer en zus een heerlijke pan met nasi heb gemaakt om de dag samen goed af te sluiten. Aan het begin van de avond wist ik het zeker, zondag hou ik een rustdag. |
|
Geschreven door Jef
|
|
donderdag 19 maart 2009 |
|
Lelystad is in rep en roer. De anders zo slaperige provincie hoofdstad wordt sinds kort geterroriseerd door een messentrekker. De afgelopen tijd zijn al vier mensen zomaar door een man aangevallen en in de nek en hals gestoken. Een van hen kan het niet meer navertellen, hij was pas dertig jaar. Eergisteren was dus de vierde aanval. Een 55-jarige man uit de Punter stond in zijn tuintje toen een wildvreemde man op hem toe kwam rennen en hem in zijn halsstreek begon te steken. Hij is gelukkig buiten levensgevaar. Er heerst dus lichte paniek bij de bewoners van onze stad want overal en op elk ogenblik kan je dus een mes in je lichaam krijgen en dat is geen prettig vooruitzicht. Het enige wat men weet is dat het om een getinte man gaat, maar ja, als je met een grote boog rond elke getinte man gaat lopen wordt je al snel voor racist uitgemaakt. Bovendien is de kans behoorlijk klein dat je zoiets overkomt, er wonen tenslotte dik 70.000 mensen in Lelystad. Maar goed, een gewaarschuwd mens telt voor twee, de komende tijd dus even extra allert zijn. Een mes in je nek staat niet netjes en schijnt bovendien ook nog eens ongezond voor je te zijn. |
|